Historie

De Piterkerk, een bijzondere kerk

Eerdere kerk had geen toren
De eerdere kerk van Lippenhuizen is in 1743 gebouwd op een verhoogd, omheind kerkhof. De kerk had nog geen toren en leek op de kerk van het naburige dorp Hemrik. Een toren vond men in die tijd niet nodig, want de klokken hadden een goed plekje in de klokkenstoel die er pal naast stond. En die zag er nog prima uit. Dat er geld was voor een nieuw gebedshuis had vooral te maken met de economische voorspoed die de turfwinning de tot voor kort boerendorpen bracht. In 1718 was de Compagnonsvaart vanaf Gorredijk tot aan de Buorsterwyk gevorderd. De huidige kerk is het resultaat van een herbouw van de kerk in 1860.
Lippenhuizen plaats van aanzien
Vergeleken met andere dorpen in de omgeving was Lippenhuizen in die tijd een groot dorp, groter dan Gorredijk. Het was een plaats van aanzien, waar ook een rechtskamer was gevestigd. Voor de huidige kerk stond op dezelfde plaats ook al een kerk. Die was wat kleiner, het bouwjaar daarvan is niet bekend. Wel staat beschreven dat er in 1415 al een plan bestond om een nieuwe kerk te bouwen. Een oorkonde uit januari 1315 vermeldt alle kerken in het oosten van Friesland die onder Oldeboorn vielen zoals Sigerswalde, Backenvene, Weningewalde, Hemericke en Lippingahuzum. Men gaat ervan uit dat de eerste kerk in de 14e eeuw is gebouwd.

De kerk in 1900.

De bouwers
Voordat in 1743 de nieuwe kerk kon verrijzen, moest de oude worden afgebroken. Al het bouwmateriaal dat nog bruikbaar was, is na drie boelgoeden verkocht. En zo kon aannemer Albert Tjebbes uit Gorredijk aan het bouwen. Deze Albert Tjebbes was naast timmerman ook boer, een combinatie die toen niets bijzonders was.

De binnenbetimmering deed aannemer Coop Berents (mr Lijstenmaker) uit Gorredijk, het glas- en zilverwerk aannemer Pier Wijtses Madhuysen (mr Glasmaker) uit Lippenhuizen. Een paar brandgeschilderde ramen werden besteld bij Jurjen Staack in Sneek. Jammer dat die ramen in de loop der jaren zijn verdwenen.

Vervoer over water
De bouwmaterialen werden per schip aangevoerd vanaf Gorredijk over de Compagnonsvaart en vervolgens door de Lippenhuistervaart, wat nu de Buorsterwijk is. De Lippenhuistervaart was destijds privébezit van de familie Van Lynden uit Beetsterzwaag. Zo konden de patriciërs ook wat verdienen aan de bouw van de kerk. Er moest vaargeld en voor het lossen van de lading aan de wal worden betaald.
Pittige tantes
Voor het lossen van steen en het laden op wagens zorgde Sjoukje, dochter van schoolmeester Berents Hartmens, en een stel vriendinnen. Zij verdienden hier 20 gulden mee. In die tijd veel geld, want de schoolmeester verdiende 50 gulden per jaar. Het waren vast, zo staat geschreven, pittige tantes.

Borrel
Zoals nu ook nog gebeurt, werd bij de eerste steenlegging en bij de oplevering van het gebouw een borrel gedronken. De toenmalige kastelein Sytse Klaazes hield zo ook nog wat over aan de oprichting van het godshuis. Pas veel later ging een groot deel van de Lippenhuister bevolking over op de geheelonthouding, een beweging die vooral furore maakte met de opkomst van de socialistische partijen.

Naast de kerk stond aan de Buorren 26 een hoekhuis waarin onder andere de families Broers (koster) en Blaauw hebben gewoond.

Nederlands Hervormde Kerk, circa 1975.

Gebouw en interieur
Het kerkgebouw heeft halfronde gesloten vensters in door lisenen gevormde spaarvelden. Lisenen zijn in de bouwkunst vertikale, iets uit de muur springende stroken zonder voetstuk of bekroning. Ze hebben een decoratieve functie: door het gebruik van lisenen wordt een muur in vlakken verdeeld (geleding).De kerk heeft een driezijdige koorsluiting. De herenbank achterin de kerk heeft wapens en drie koperen kronen. Er staat een ijzeren doopbekkenstandaard.
17de eeuwse preekstoel
De monumentale preekstoel met trap, achterschot en klankbord dateert uit de oude kerk. Die moet al omstreeks 1660 gemaakt zijn. Wie dit knappe stukje werk heeft geleverd, is helaas niet meer te achterhalen.

1975: met de weerhaan op weg naar de torenspits van de Hervormde kerk van Lippenhuizen.

Toren komt 120 jaar later
Met de bouw van de kerk kwam er nog geen toren. 120 jaar later in 1862 werd dit gemis verholpen. Voor 2221 gulden en 22 ½ cent voorzag E.R. Kuipers uit Gorredijk de kerk van een mooie geveltoren met naaldspits. Het onderste deel van de toren, waar het uurwerk zit, bestond eerst uit hout. In 1930 was dit blijkbaar verrot, want toen is dat deel met leien bekleed. Gelijktijdig is ook de westelijke gevel opgeknapt.

De torenspits van de Nederlands Hervormde kerk in Lippenhuizen met op de achtergrond de nieuwbouw aan de Bûkenhage.

 

Uurwerk en klok
Met de komst van de toren was er ruimte voor een uurwerk. Voor 300 gulden konden de kerkvoogden een gebruikt, mechanisch uurwerk kopen van mevr. Baronesse van Lynden. De Lippenhuister klokkenmaker H.E. Snoek heeft het uurwerk in de toren gebracht.

Daarmee werd het klokhuis (klokkenstoel) overbodig. Deze is voor afbraak verkocht voor 10 gulden en 20 cent. Er waren twee klokken in het klokhuis, maar deze waren niet goed genoeg of geschikt voor de nieuwe toren. Ze zijn voor 1192 gulden en 80 cent verkocht aan A.H. v. Bergen te Heiligerlee, een beroemde klokkengieter. A.H. v. Bergen leverde een nieuwe klok voor 1260 gulden.

In 2008 zijn het uurwerk en de luidklok gerestaureerd, opnieuw met financiële steun uit het dorp.
Klok verdwijnt in oorlog
In de Tweede Wereldoorlog haalden de Duitsers de klok uit de toren om er oorlogstuig van te maken. Van andere kerken zijn na de oorlog klokken teruggevonden, maar die van Lippenhuizen bleef voor altijd zoek.

Door het houden van diverse acties is er geld bijeengebracht voor de aanschaf van een nieuwe klok. In 1949 kon er een nieuwe klok met een gewicht van 475 kilo in de toren worden gehangen. De klok kreeg als opschrift een gedicht van meester Bosga mee:

De âlde klok troch Dútslân naem
Is neat te plak wer kaem
’t Liphúster folk net sleau, dat spande gear
Foar ’t doel -in nije klok- hja kamen klear
No galmje ik oer it wide gea
En rop by libben en by dea.

Orgel komt, voorzanger stopt
Het eenklaviers kerkorgel deed voor het eerst in 1859 dienst. Het orgels is, gemaakt door L. v. Dam en Zonen uit Leeuwarden voor 2600 gulden. Meester Wiegersma kon nu stoppen met zijn werk als voorzanger. Dit was een klus die elke meester tot dan toe vervulde. Hij moest goed en met veel volume kunnen zingen. Om een goed inkomen te krijgen, was hij schoolmeester, koster en voorzinger. De kerkvoogden hadden in die tijd nog een grote vinger in de pap bij de benoeming van een schoolmeester.
Kroonluchters uit 1866

De kroonluchters zijn in 1866 aangeschaft ‘ten behoeve van avondgodsdienstoefeningen’.

Een zekere Adriani uit Leeuwarden kon ze voor 160 gulden maken.

In 1931 zijn ze aangepast ten behoeve van het elektrische licht.

Gelukkig kunnen er nu weer kaarsen in branden. Dat geeft meer sfeer.

Vijf grafstenen behouden


In 1968 is de kerk van binnen opgeknapt. Onder de vloer lagen 9 grafstenen. 5 stenen die er nog goed uitzagen, zijn aan de koorzijde voor de vaste banken gelegd. 1 steen daarvan is van de dochter van ds Crans. De andere zijn van ds. Hilarius Niclaides die hier stond van 1685 tot 1733. Zijn vrouw Ankien Gaitses, hun zoon Gajus Nicolaides die hier dominee was van 1733 tot 1762. En de 5de steen is van Jeltje Hendriks, de vrouw van Gajus.

Wandkleed ‘De stam van Jesse’
Dit wandkleed is gemaakt door de vrouwenvereniging van Lippenhuizen in 1952-1953. Het gebeurde op aandringen van mevr. Van der Heijden (de vrouw van de dominee). De naaldkunstenares Lies Guntenaar uit Amsterdam begeleidde de totstandkoming. De onthulling was 27 september 1953 hier in de kerk. Het wandkleed is geïnspireerd op de tekst Mattheus 1: 1 Het boek der geslacht van Jezus.

Wat stelt het kleed voor?
Het verhaal begint onderaan het kleed met de aardsvaders Abraham, Izaak en Jakob. Daarboven staan de 12 zonen van Jakob, de 12 stammen. Koning David speelt op de harp. De vrouwelijke figuur is Betseb met haar kindje Salomo, die in haar hand de weegschaal had ‘voor gevoel van gerechtigheid’. Daarboven schijnt de zon der gerechtigheid, welke heldere stralen uitgaan van het Lam Gods dat het kruis draagt.

De kerk en haar voorgangers

Van pastoren tot dominees
Zolang Lippenhuizen een kerk heeft, zijn er ook voorgangers geweest die bezig waren met het geestelijke leven van de inwoners. In de Middeleeuwen tot 1566 was Lippenhuizen katholiek. Pastoor Hoyte was in 1415 al bezig om een nieuwe kerk in het dorp te krijgen, op de plek waar nu de kerk staat. Hij is de eerste van wie bekend is dat hij pastoor in Lippenhuizen was, de laatste was Bauwe Boedes die omstreeks 1566 de eredienst leidde.

De eerste dominee was Henricus Flammius van 1600 tot 1604. Er volgden nog vele dominees. De meeste dominees staan op de borden die gemaakt zijn door Melle Bodzinga, de pake van Melle Bodzinga die naast de kerk heeft gewoond. Van de lange lijst voorgangers zijn er drie die door hun doen en laten aandacht verdienen:

Pastoor Bauwe Boedes en de beeldenstorm
Pastoor Bauwe Boedes heeft het ongetwijfeld niet makkelijk gehad. Want in zijn tijd hadden ze genoeg van dat roomse gedoe. In 1566 werd alles wat in de kerk aan beelden en snuisterijen te maken had met het roomse geloof vernield of weggehaald. Men noemde dat de Beeldenstorm. De katholieken tuigden hun kerk op met heilige beelden. Het protestantisme is nogal soberder en gebruikt weinig beelden.

In Lippenhuizen is het er vast niet zo ruig aan toegegaan als elders, want in de eerste plaats was Lippenhuizen een betrekkelijk klein dorp. Veel beelden en andere attributen zullen er niet zijn geweest en ook zal men niet vooraan hebben gestaan bij de godsdienstverandering. Dat blijkt ook wel, want de laatste pastoor, Bauwe Boedes dus, was hier tot 1578. Hij is van geloof veranderd, want hij bleef hier de ‘hoeder’ van de kerk.

Dominee Johannes Menelay in actie tegen menisten
Dominee Johannes Menelai kwam in 1639 naar Lippenhuizen. Hij keerde zich tegen de menisten. Hij zorgde er samen met collega’s uit Beetsterzwaag en Kortezwaag-Langezwaag in 1665 voor dat de pasgebouwde doopsgezinde kerk in Lippenhuizen moest worden afgebroken. In 1666 stierf hij aan de toen heersende pest en met hem haast alle dominees van Opsterland en een groot deel van de toenmalige bevolking.

Dominee Crans komt op voor boeren
Dominee Petrus Crans stond hier van 1667 tot 1681. Deze heeft het nogal druk met zaken buiten de kerk om. In die tijd was ons land in oorlog met Munster, Keulen, Frankrijk en Engeland. Soldaten, die de mensen hier moesten beschermen tegen de Munsterse en Keulse troepen, maakten het leven van de plaatselijke boeren zuur. Ze lieten hun paarden in de rogge en gerst eten zonder daar iets voor te betalen. Dat ze hun paarden niet in grasland lieten grazen, kwam omdat er amper grasland was. De meeste boeren waren landbouwers. Dominee Crans ging met een paar inwoners, ook van Kortezwaag en Terwispel, naar Leeuwarden om bij de Gedeputeerde Staten hun beklag te doen. Of het financieel wat opgeleverd heeft, is niet bekend. Wel is het soldatenvolk weggegaan.

In 1668 zijn twee dochters van ds Crans overleden, Antje was twee jaar en Rinske was vijf jaar. Ze zijn beiden in de kerk begraven. In die tijd was het de gewoonte om vooraanstaande en geestelijke personen in de kerk te begraven. Later werd dit uit oogpunt van de volksgezondheid verboden.

Hoe komt de kerk aan haar naam?
De Protestantse Gemeente Lippenhuizen-Hemrik is eigenaar van de Piterkerk, die ook onder Monumentenzorg valt. De naam Piterkerk komt niet zomaar uit de lucht vallen. De kerk is naast Grou, Jouswier, Wânswert, Garyp, Twijzel en Ureterp één van de zeven Sint Pi(e)terkerken in Friesland. Lippenhuizen was in de Middeleeuwen tot 1566 katholiek.
De heilige apostel Sint Petrus.
Sancti Petri
In een artikel in Fryske Nammen 8, Ljouwert 1989, blz. 90 van Gerrit Verhoeven wordt verwezen naar een handschrift uit het archief van Oudmunster, Utrecht waarin staat dat in 1562 een pastoor is aangesteld voor de Sancti Petri te Lippenhuizen. De kerk droeg in die tijd de naam van de heilige apostel Sint Petrus. Door veel kerken is deze naam in de loop der tijd ´vernederlandst´ naar Sint Pieter, waarvan Sint Piter weer de Friese versie is.
Rechts de Hervormde kerk van Lippenhuizen. Links de pastorie die na afbraak in modernere vorm werd herbouwd.
De pastorie
De pastorie naast de kerk -eerder ook wel Weeme genoemd, vandaar ook de straatnaam Weeme- is net voor de Tweede Wereldoorlog gebouwd, in 1938. De pastorie is niet meer in het bezit van de kerk. Voor 1938 stond op dezelfde plek ook een pastorie met een grote bovenverdieping. Die was al in 1810 gebouwd. Omdat de dominee er destijds ook wel bij boerde, stonden er schuren bij de pastorie. Nog langer geleden moet de pastorie zuidelijk van de kerk hebben gestaan.
De pastorie van de Hervormde gemeente in Lippenhuizen omstreeks 1930.
De pastorie in 1956.

Facebook